“ Honkballers zijn eigenwijs en willen altijd spelen”

In de catacomben van het honkbalstadion van de Haarlemse club Kinheim heeft Joost Hogervorst een bescheiden behandelkamertje. De masseur en verzorger van de voormalige topclub in het Nederlandse honkbal begint aan zijn vijfde seizoen bij Kinheim. Zelf ooit een verdienstelijke amateurvoetballer is Joost inmiddels helemaal gegrepen door het honkbalvirus.

Op het moment van het interview is Kinheim bezig aan de voorbereiding op het nieuwe seizoen. De honkballers trainen eerst nog in de sporthal. Half maart gaat de selectie naar buiten, om op het echte honkbalveld te trainen. Dan ook doet

de meest voorkomende blessure van de voorbereidingsperiode zich voor, vertelt Joost. “Sommige spelers krijgen last van een hamstringblessure, waarschijnlijk door de andere ondergrond waarop getraind wordt. In de zaal is de vloer hard, terwijl er buiten op gras en vooral gravel wordt gewerkt, wat veel zachter is.”

Ervaringsdeskundige

Inmiddels is Joost een ervaringsdeskundige op het gebied van het verzorgen van de lichamen van tophonkballers. Toen hij vijf jaar geleden werd gevraagd om toe te treden tot de ‘medische staf’ van de Haarlemse club, stond honkbal nog niet op zijn radar. “Ik voetbalde, mijn zoon ook en mijn dochters houden van paardrijden. Zij zaten in de klas bij de zoon van collega-masseur Marco Stijnman. Hij werd gevraagd om bij Kinheim te komen, en wilde dat niet alleen doen. Ik had hem verteld dat ik de opleiding sportmassage bij het NGS had gedaan, en Marco vroeg me om samen Kinheim te gaan doen. Eind 2013 ben ik benaderd.”

Toen speelde Kinheim nog in de Hoofdklasse, en trainde het één keer in de week. Op het hoogste niveau spelen honkbalclubs vaker wedstrijden dan dat ze trainen. Eén wedstrijd doordeweeks, twee in het weekend en een teamtraining. Het blijft een beetje een mix tussen een individuele en een teamsport. “Marco deed de training en een wedstrijd, ik de wedstrijden in het weekend”, vertelt Joost. Honkbal is een tijdrovende sport. Een wedstrijd, inclusief voorbereiding, beslaat bijna een hele werkdag, en er zijn elk weekend twee wedstrijden. Na het een seizoen samen te hebben gedaan, kregen Stijnman en Hogervorst er een collega bij in de persoon van Inge van Trigt. “Dat seizoen verdeelden we de klus met zijn drieën”, zegt Joost. “Ik ging naar twee weekenden in de maand. Na dat seizoen stopte Marco en bleven Inge en ik over. Zij wilde meer gaan doen, heeft ook praktijken in Zwitserland en Nederland terwijl ik nog een andere baan heb naast het masseren. Sindsdien doe ik één weekend per maand. Kan ik ook vaker bij mijn zoon gaan kijken, want die is tegenwoordig ook honkballer. Hij zat op voetbal, ging met me mee, kreeg een knuppel en een bal en zei: ‘Ik ga op honkbal.’”


Toezicht houden

Honkbal is geen contactsport, dus het aantal spelers dat tijdens een wedstrijd geblesseerd raakt, is relatief laag. “Je kunt wel eens geraakt worden door een werper of een slagman, maar daar heb ik nog geen ernstige dingen van gezien. Het is voorgekomen dat spelers in het buitenveld tegen elkaar aan lopen, dan is het vooral onoplettendheid. Wel is honkbal een sport van vaak stilstaan en dan opeens vol sprinten. Ik probeer de spelers erop te wijzen dat ze altijd goed warm moeten zijn, dat ze moeten rekken en strekken, en bij de verzorger langs moeten komen als ze wat voelen. Ook adviseer ik ze om veel te drinken.” Joost en met name Inge houden namens de begeleidingsstaf de Haarlemse honkballers goed in de gaten. “Het is belangrijk om goed toezicht te houden op de spelers”, zegt hij. “Aan de andere kant, Arjen Robben staat onder voortdurend toezicht van een heleboel begeleiders en toch heeft hij regelmatig spierblessures. Het is niet helemaal te voorkomen. In tegenstelling tot bijvoorbeeld voetballers, die als ze geblesseerd zijn op de tribune gaan zitten, zijn honkballers er altijd bij, vaak ook in hun tenue. Ze zijn eigenwijs en willen dan toch nog slaan, gaan ze half hinkend naar het honk. Inge en ik overleggen met de coach Michael Crouwel over wie er wel en niet zouden moeten spelen. Maar die jongens zelf willen zó graag en dat is ook wel weer mooi. Soms is het handiger om een wedstrijdje uit te zitten, als je bijvoorbeeld toch makkelijk gaat winnen, anders ben je er misschien weken uit. Met Inge bespreek ik ook wie wat heeft, zodat we alles weten als we dienst hebben, en we van tevoren al weten wie er getapet moet worden en dergelijke.”

Pitchers: een verhaal apart

De pitchers vormen een uitzondering op de lage blessure- gevoeligheid. Op de arm en schouder van een werper komt een zware belasting te staan. “Werpen is een aanslag op je arm”, zegt Joost. “Pitchers gooien ook nog eens van een heuvel af, er komt veel kracht op hun armen.” Meestal komt dan ook een paar uur voor aanvang van een wedstrijd de startende werper zich melden bij de masseur, eventueel gevolgd door een paar andere spelers die ‘losgemaakt’ willen worden. “Ik maak bij de werpers hun arm los voor ze moeten gooien”, vertelt Joost. “Ik geef de rug, het schouderblad en de arm een stevige massage. De teres minor en teres major in de schouder krijgen extra aandacht. Ook behandel ik de elleboog. Vaak gaan pitchers na afloop van de wedstrijd

met hun arm in het ijs, om het herstel te bevorderen. Al wordt tegenwoordig ook wel het gebruik van ijs in twijfel getrokken. Als je een blessure hebt, gaat je lichaam reageren. Door het gebruik van ijs worden de signalen eigenlijk verstoord. Maar in ieder geval moet je pitchen wel heel leuk vinden om het te blijven doen. We hebben nu een jonge groep dus deze spelers hebben nog weinig last. David Bergman, oud-international die nu in de coachingstaf van Kinheim zit, kreeg op een bepaald moment wel veel last van zijn arm en lichaam. Dat gaat protesteren en dan wordt het een

hele uitdaging om weer een wedstrijd te gooien.”


Uit de hand gelopen hobby

Kinheim deed vorig seizoen noodgedwongen een stapje terug. Voor die tijd speelde de Haarlemse club altijd op het hoogste niveau in Nederland, waardoor er veel spelers van buitenaf naar de club kwamen. Spelers ook die voor het nationale honkbalteam van Nederland uitkwamen. “We hadden hier Kalian Sams”, vertelt Joost lachend. “Die had zulke enorme bovenbenen dat hij bijna niet in zijn honkbalbroek paste. Het is natuurlijk heel mooi om zulke goede spelers in het team te hebben, dat maakt het leuk om dit te doen.” Een eigen fysiotherapeut hebben de Haarlemmers niet. Dat was ook niet het geval toen de club op het hoogste niveau acteerde. “Toen kwamen er veel jongens uit Almere of Amsterdam, en die kwamen niet speciaal naar Haarlem rijden alleen voor een bezoek

aan de fysiotherapeut. Wel werken we samen met Portegies Fysio dat hier vlakbij zit. Sharon Portegies softbalt hier ook. We kunnen daar snel terecht in het geval van een blessure. Dat gaat gelukkig heel goed, al zou het mooi zijn om bij het team ook een fysiotherapeut te hebben als de club zich dat kon veroorloven.” Dat kan Kinheim echter niet. “Een van de spelers die er is bijgekomen, is afgestudeerd als fysiotherapeut, dus dat is handig. De spelers kunnen niet van het honkbal leven en hebben nu allemaal een maatschappelijke carrière.” Ook voor Joost is zijn ‘werk’ bij de honkbalclub een uit de hand gelopen hobby. “Ik volg de wedstrijd vanuit de dug-out, en ben het spelletje inmiddels heel anders gaan zien. Ik geef nu zelfs training aan mijn zoon. Het lijkt me leuk om meer betrokken te zijn bij het team als het verder zou professionaliseren, maar er zijn weinig sporten buiten betaald voetbal waar je als masseur een volledige baan kunt hebben.”


Vast clubje

Joost, die ook een aantal jaar actief is geweest als masseur bij de loopwedstrijd de Halve van Haarlem, werkt 90 procent voor pensioenbeheerder Flexis Benefits. “Die baan zou ik niet zo snel opzeggen om alleen maar te gaan masseren. Een verhouding van 70/30 procent zou nog kunnen, 20/80 hoeft niet.” Hij is drie avonden per week beschikbaar als masseur in Gezondheidscentrum Haarlem-Noord, waar hij een behandelruimte heeft. “Ik heb een vast clubje klanten. Het is eigenlijk hobbyisme waar ik zelf ook ontspanning van krijg. Ik geef alleen sportmassage, geen wellness of iets dergelijks, en stoelmassages. Ik kan er goed mijn ei in kwijt, en het contact met de klanten is erg leuk. Of ze gaan ratelen en dan hebben we hele gesprekken, of ze gaan 45 minuten liggen en praten niet, maar genieten van de massage op zich. Sportmassage is op zich best stevig, maar toch kan het gebeuren dat mensen wegdommelen. Ik ben van plan het nog een aantal jaar te doen. Zolang ik er plezier en energie uit haal, ga ik er mee door.”


Naam: Joost Hogervorst.

Leeftijd: 44 jaar. Woonplaats: Haarlem.

Burgerlijke staat: getrouwd met Annemieke, vader van Floor en Sanne (allebei 14 jaar) en zoon Rens (11).

Beroep: contractbeheerder pensioen en inkomen.

Massage: eigen praktijk voor sportmassage en sportmasseur/verzorger bij honkbalclub Kinheim.

Sport: “Ik heb zelf altijd gevoetbald bij Onze Gezellen in Haarlem.”

Diploma: “Sportmassage, gehaald in 2012. Ik wilde nog iets naast mijn werk doen, en vroeg mij af: Wat vind ik leuk? Dat werd massage. Ik heb mijn opleiding gehad bij Kollaart in Haarlem, een begrip hier in de stad.”

Copyright: Nederlands Genootschap voor Sportmassage 2018
Professor Bronkhorstlaan 26 - 3723 MB Bilthoven - 088 730 8500 -info@vindeenmasseur.nl - www.vindeenmasseur.nl Privacyverklaring